Jongere wil aandacht voor wat hij niet kan

Melba / 07.11.2014

Goede begeleiding bij de overgang van school naar werk betekent voor jongeren met een beperking dat er meer rekening wordt gehouden met de ondergrens van hun kunnen. De huidige tendens van empowerment en zelfstandigheid heeft daar te weinig oog voor. Dat moet realistischer, vinden ze zelf. Aldus Elle Verheijden, Wies Arts en Lineke van Hal in een artikel op de website www.socialevraagstukken.nl

Vroegtijdige, adequate begeleiding naar werk is voor jongeren met een beperking van groot belang, bleek al eerder uit onderzoek van Anja Holwerda. De overgang van school naar werk blijkt in de begeleiding cruciaal. Gesteld wordt dat met samenwerking tussen schoolbegeleiders en ouders realistische verwachtingen worden geschapen voor de begeleiding van de jongere, zodat deze de best mogelijke werkuitkomst kan bereiken. Uit ons pre-master onderzoek blijkt echter dat ‘realistische’ begeleiding in de overgang van school naar werk niet vanzelfsprekend is.

We deden onderzoek naar de ervaringen van jongeren met beperkingen in de overgang van school naar werk. Hieruit blijkt inderdaad dat jongeren tijdens de overgang van school naar werk behoefte hebben aan ‘realistische begeleiding’. Als jongeren het over begeleiding hebben, valt op dat zij dit begrip breder interpreteren dan hulpverlening of onderwijs. Zij voelen zich ook begeleid door bijvoorbeeld ouders en vrienden. Als we het over ‘realistische begeleiding’ hebben, gaat het dus niet alleen om begeleiding vanuit hulpverlening en onderwijs, maar ook om begeleiding vanuit hun sociale netwerk. Uit de interviews kwam naar voren dat jongeren vaak hun toekomstdromen hebben moeten loslaten, omdat die niet haalbaar waren vanwege hun beperkingen. Nieuwe toekomstdromen gaven zij vorm door ‘alles uit te sluiten wat niet kon, en te kiezen voor dat wat over bleef’, door ‘reëel te blijven’, door hun ‘[vroegere] droom te laten varen’ of ‘onderaan de ladder te beginnen’. Op de vraag wat jongeren nodig hebben in de begeleiding om hun toekomstdroom aan te passen, noemden zij dat ‘grenzen en sterke punten weten’, ‘reëel blijven’ en ‘goede informatie krijgen’ hierbij belangrijk zijn.

Vanuit het perspectief van jongeren moet in de begeleiding het ontwikkelen van nieuwe, realistische toekomstdromen een centrale plaats innemen. Dit vraagt zowel een realistische houding van de jongeren zelf (Holwerda, 2014), als ook van de mensen die hen hierin begeleiden. De huidige tendens in ondersteuning voor jongeren met een beperking is gericht op empowerment en gaat uit van de zelfstandigheid en mogelijkheden van jongeren. Dit kan botsen met de behoefte van jongeren aan een meer realistische benadering van arbeidsparticipatie die niet alleen uitgaat van de mogelijkheden, maar ook rekening houdt met beperkingen.

De beleidsverwachting dat meer mensen meedoen in de samenleving door betaald werk, vraagt dat jongeren nieuwe toekomstdromen creëren die vertrekken vanuit hun dagelijkse realiteit met al hun mogelijkheden en beperkingen. Dit kan vorm krijgen door het organiseren en financieren van re-integratiebegeleiding waarin jongeren zowel hun mogelijkheden als beperkingen op de werkvloer kunnen ontdekken. Van werkgevers vraagt dit een open houding ten aanzien van deze jongeren, waarbij zij verder kijken dan de stempel ‘Wajongers’ en waarbij er zowel aandacht is voor individuele ontwikkelmogelijkheden als voor ervaren grenzen op de werkvloer. Een empowerende én realistische begeleiding vanuit overheid, professionals, sociaal netwerk en werkgevers, kan dan daadwerkelijk een bijdrage leveren aan het verwezenlijken van de toekomstdromen van jongeren met een beperking.